|
Titel: Drielandenmoord
Auteur: Henry de Hoon
ISBN: 978-90-78407-66-9
Prijs: 17,50
Het boek bevat alle elementen voor een spannend, amusant en informatief verhaal. In zijn speurtocht naar de dader van een moord komt inspecteur Tom Vriens niet alleen langs vele bekende plekken uit het Zuid-Limburgse grensgebied, maar hij beschrijft ook veel personen die in deze omgeving werkelijk de revue zouden kunnen passeren.
In het labyrint bij het Drielandenpunt in Vaals wordt het ontzielde lichaam van een bejaarde man gevonden, een moord die drie nationaliteiten politie op de been brengt. Inspecteur Tom Vriens van de recherche Vaals krijgt opdracht uit te zoeken wat er is gebeurd. Het spoor leidt naar een hotel in België, Hotel Wazige Verten. Daar krijgt hij te maken met een verzuurde uitbaatster, een dronken kelner en Wout Dijkstra, een gast uit Groningen die probeert een wandelgids te schrijven. Al snel blijkt dat de grensstreek nogal wat geheimen heeft, zoals een Duitse nudistenvereniging, een spirituele kunstenares en een tuinman die meer doet dan alleen de heg knippen. Bovendien is er een New-Age achtige beweging aan het werk die liever in de luwte van de publiciteit opereert. Kortom: spanning en vermaak gaan hand in hand in deze ongewone misdaadroman. |
|
De pont
roman van Henry de Hoon
ISBN: 90-76043-76-0
Prijs i14,90
Wanneer Lis en Werner hun driejarig dochtertje bij een tragisch ongeluk verliezen probeert Werner zo veel mogelijk in drukke werkzaamheden te vluchten, terwijl Lis de herinnering en het schuldgevoel maar niet kwijt raakt. Dat zet hun relatie zo onder druk dat ze nauwelijks nog met elkaar praten met alle gevolgen van dien. Zowel Lis als Werner vinden nieuwe vrienden met wie ze de problematiek kunnen bespreken of vergeten. De twee nieuwe werelden botsen met elkaar, vooral omdat beide partners met het gemeenschappelijke verleden niet hebben kunnen afrekenen.
(columns uit het L1 radio-programma Limburgs Land:
Van oude bomen en dingen die voorbij gaan
Het ene land heeft méér met bomen dan het andere. In Engeland heeft een boom soms nog voorrang. Toen ik op de Woodstockroad in Oxford bij een bushalte stond, zag ik een muur die om de wortels van een boom was heen gebouwd. Waar de boom over de stoep was gegroeid en de muur niet verder kon, had men een keurig boogje in de muur gemetseld, afgezet met een sierrandje. Daarna ging de muur weer in strakke lijn verder. Die boom had het in Nederland niet overleefd. Hier gaan muren voor, en bomen om. De grote Magnolia op de Akerstraat in Heerlen werd omgezaagd: niet eens omdat er een muur moest komen, maar omdat de aannemer dat een geschikte plek voor zijn bouwkeet leek.
Naast het driftig kappen van bomen, lijkt Nederland ook geobsedeerd door ´nieuwe aanplant´. Oude bomen worden omgezaagd en dan vervangen door ´nieuwe aanplant´. Alsof het een fris nieuw behangetje betreft waar we blij mee moeten zijn. Oude bomen in het bos worden gekapt om ´de onderbegroeiing een kans te geven´. Dat is alsof je de bloemen uit een bos rozen knipt, om de bladeren beter tot zijn recht te laten komen. In het Heerlense Aambos werden bomen gekapt, om het gevoel van veiligheid te vergroten en het aantal zwervers in het bos te beperken. Met als gevolg dat nu een nog veel groter aantal zwervers heerlijk ligt te zonnen in de nieuwe onderbegroeiing.
Het is een beetje alsof men bang is voor oude bomen. Ze staan de vooruitgang in de weg en alles moet verder.
Behalve de boom van Anne Frank, die kan op grote sympathie rekenen, want als een boom door een bekende Nederlander is bekeken dan is ie opeens erg belangrijk. Dan wordt die boom in een harnas gehesen en met alle zorgen omringd. Niemand die dan zegt: laten we een nieuwe zetten en Anne Frank-potloodjes maken van de oude.
Soms is vernieuwing het voortzetten van een oude traditie, zoals de oude lei linden langs het terras van de Rode Leeuw in Wittem, die nu vervangen zijn door nieuwe. In de oude zaten grote gaten van ouderdom waar je een hand in kon steken. Het was een kwestie van tijd voordat er eentje op de salade Nicoise met Gerardus dubbel zou vallen, en dat kan natuurlijk niet. Maar de bomen waren zo karakteristiek voor het aanzien van de locatie, dat er vanzelfsprekend voor nieuwe aanplant werd gekozen. De linden mogen daar ook weer naar hartelust oud worden.
Oude bomen zijn als oude mensen: ze worden een beetje krom en er vallen wat gaten, maar daarom zijn ze juist zo interessant. Laat mij maar als een knoestige oude lindeboom zijn later. Bij een terras dan wel, als het even kan.
Stilte
Het is volgens mij een misverstand dat het in de natuur zo heerlijk stil zou zijn.
Het begint ´s avonds al, als er een egel met luid gekraak door de heg komt en blaast naar een rivaal, die net een fles heeft omgegooid. Als ik in bed lig, komt de uil, die een angstaanjagende kreet slaakt wanneer hij rondjes om de huizen vliegt. Net als ik van de schrik bekomen ben, klinkt het gevreesde gezoem. Nee hè, toch niet nog een mug. Licht aan, gedraaf met een pantoffel door de kamer, harde klap tegen het plafond, stilte. Toch nog even slapen misschien? Welnee, nu wordt de familie muis wakker op zolder. Ze rennen tussen de vloerplanken tot het een lieve lust is en daarbij is er eentje hardleers: die stoot tot drie maal toe hoorbaar zijn hoofd tegen een obstakel. En dan heb ik het nog niet over die muis die enkele jaren geleden in de piano was gekropen en daar een hele moderne compositie ten gehore bracht. Ik dacht dat die uil de muizen wegving?
Tegen de ochtend begint de kat. Die start met een vals gemiauw, dat langzaam aanzwelt tot een krols gekrijs. Ik stel me dan in gedachten voor hoe ik naar het raam ga en een steen tegen zijn bast gooi, maar ik heb geen steen en heb ook eigenlijk geen zin om naar het raam te lopen. Ik wil alleen maar slapen. Als ik lig te bedenken welke voorwerpen uit mijn slaapkamer nog meer geschikt zijn om naar een kat te gooien, begint de houtduif aan zijn dag. De meeste duiven zeggen roekoe, maar deze heeft minder inspiratie. Hij laat alleen een dof poe poe poe, horen. Heb ik hem daarvoor de hele winter gevoerd? Als eerste zat hij altijd op de voedertafel en schoof hele ladingen vogelvoer en brood naar binnen. Dan gelooft hij het wel natuurlijk.
Niet lang na de duif valt het hele vogelkoor in, van het schrille stemmetje van de winterkoning, tot de losse, brutale zang van de merel.
Een roek landt op het platdak naast mijn raam en pikt met zijn zware snavel insecten tussen de kiezel uit. Het geklop lijkt op een mysterieuze morsecode die ik moet ontcijferen.
Eindelijk, tegen zessen, komt dan het vertrouwenwekkende gedruis van het verkeer op gang. Bij die heerlijke monotone klank van vierwielers val je toch veel beter in slaap dan die oorverdovende stilte van de natuur.
|